dinsdag 17 januari 2012

Bezwaar tegen invoering betaald parkeren

De introductie van betaald parkeren wordt gewoonlijk niet door iedereen gewaardeerd. De kans dat iemand bezwaar wil maken is dan ook reëel. De Algemene wet bestuursrecht (Awb) sluit dit echter uit. Artikel 8:2 is daar heel expliciet over. Tegen besluiten die algemeen verbindend zijn (zoals een verordening), is geen beroep mogelijk. De tekst van het artikel (zoals dat geldig was op het moment van schrijven; 17 januari 2012) luidt als volgt:

Artikel 8:2

Geen beroep kan worden ingesteld tegen:

  1. een besluit, inhoudende een algemeen verbindend voorschrift of een beleidsregel,
  2. een besluit, inhoudende de intrekking of de vaststelling van de inwerkingtreding van een algemeen verbindend voorschrift of een beleidsregel, en
  3. een besluit, inhoudende de goedkeuring van een besluit, inhoudende een algemeen verbindend voorschrift of een beleidsregel of de intrekking of de vaststelling van de inwerkingtreding van een algemeen verbindend voorschrift of een beleidsregel.
Ook artikel 26 van de algemene wet inzake rijksbelastingen is hier van toepassing. Deze beperkt de mogelijkheden van het instellen van bezwaar of beroep tegen een ingevolge van de belastingwet genomen besluit tot:
  1. een belastingaanslag, daaronder begrepen de in artikel 15 [van de algemene wet inzake rijksbelastingen: red.] voorgeschreven verrekening, of
  2. een voor bezwaar vatbare beschikking.

Het besluit betreft echter geen van beide. Bezwaar en/of beroep is dus niet mogelijk. Zie ook deze uitspraak.

Op basis van de Awb kan men zelfs betogen bij het vaststellen van een parkeerverordening, geen inspraak of zelfs belangenafweging nodig is. Dit volgt uit artikel 3:1 van de Awb.

Artikel 3:1

1.  Op besluiten, inhoudende algemeen verbindende voorschriften:
     a.  is afdeling 3.2 slechts van toepassing, voor zover de aard van de besluiten zich daartegen niet 

          verzet;
     b.  zijn de afdelingen 3.6 en 3.7 niet van toepassing.
2.  Op andere handelingen van bestuursorganen dan besluiten zijn de afdelingen 3.2 tot en met 3.4 van
     overeenkomstige toepassing, voor zover de aard van de handelingen zich daartegen niet verzet.

* Artikel 3:2 gaat over verplichting tot een zorgvuldige belangenafweging,
* Artikel 3:6 behandelt de publicatieplicht, en
* Artikel 3:7 de plicht tot motiveren van het besluit

Het komt er dus op neer dat een gemeente een parkeerverordening kan vaststellen zonder de bevolking te hebben geraadpleegd en zonder de inhoud van de verordening toe te lichten en zonder deze te publiceren, zoals bedoeld in art. 3:6.
Het mag evident zijn dat een dergelijk kort-door-de-bocht traject voor besluitvorming en implementatie niet bijdraagt tot het verkrijgen van draagvlak voor de maatregel. Anderzijds kan het helpen om het inspraaktraject te structureren en het voorkomt dat na de besluitvorming de men de invoering van betaald parkeren moet uitstellen omdat een enkele burger nog bezig is met een juridische procedure.

donderdag 24 november 2011

Nader bekeken: Tariefdifferentiatie

Parkeerbelastingen zijn zogenoemde "zakelijke belastingen". Dat betekent dat de belasting wordt geheven zonder aanziens des persoons. De mogelijkheden om in tarieven te differentiëren zijn dan ook bepekt. Ze zijn benoemd in het laatste lid van artikel 225 van de gemeentewet. Differentiatie van tarief kan plaats vinden op basis van:
- tijdstip van parkeren
- parkeerduur
- locatie van de parkeerplaats
- omvang van de auto
Daarnaast is uit jurisprudentie gebleken dat gemeenten voor vergunningen aan bedrijven andere tarieven kunnen hanteren dan vergunningen voor bewoners. Andere differentiatie mogelijkheden zijn niet mogelijk. Zo kan een gemeente bijvoorbeeld niet bepalen dat een gehandicapte minder hoeft te betalen dan een niet-gehandicapte. Of rode auto's 2 keer zoveel laten betalen als andere.

Wel kan de gemeente vrijstellingen verlenen omdat zij het parkeren door bepaalde categorieën niet wil reguleren. Denk bijvoorbeeld aan nood- en hulpdiensten, maar ook de gehandicapte kan hier onder vallen. Voorwaarde is wel dat de vrijstelling voor de hele categorie geldt, dus voor alle nood- en hulpdiensten en alle gehandicapten. Er kan, bijvoorbeeld geen onderscheid maken naar gehandicapten uit de eigen stad en gehandicapten daarbuiten.

Wat een gemeente niet kan doen is vrijstelling geven aan de auto's van de eigen dienst, terwijl  auto's van bedrijven die vergelijkbare werkzaamheden verrichten wel moeten betalen. Stel dat zij voertuigen van de gemeentelijke dienst groenvoorzieningen vrijstelt van het betalen van parkeerbelastingen, dan moet zij dat doen voor alle voertuigen van alle groenbedrijven. Voor parkeerbelastingen is namelijk het gelijkheidsbeginsel van toepassing.

Dit zelfde gelijkheidsbeginsel zorgt er voor dat het niet zomaar kan dat er een verschil is tussen het tarief van een eerste vergunning die aan een huishouden wordt verstrekt en een tweede vergunning die aan een huishouden wordt verstrekt. Als het gaat om twee bewoners die elk een vergunning hebben met dezelfde rechten en plichten en geldig is voor dezelfde parkeerplaatsen, dient ook het tarief gelijk te zijn.

dinsdag 25 oktober 2011

Nader bekeken: Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen

Als een gemeente betaald parkeren toepast op straat is dat bijna altijd een vorm van parkeerbelasting. In 2001 is de mogelijkheid geboden om het deze belasting 'uitsluitend langs elektronische weg' te innen. De introductie van de Euro is voor een drietal gemeenten (Rotterdam, Nijmegen en Purmerend) aanleiding geweest om muntgeld van de straat te verbannen. Dit voorbeeld heeft tot voor kort weinig navolging gekregen.

Met het beschikbaar komen van PINbetalingen op de automaat komt daar langzaam verandering in. Steeds meer gemeente kiezen hiervoor. Tevens kiezen zij er voor geen muntgeld meer op straat te accepteren, verwijzend naar de toepassing in de drie hier bovengenoemde steden.
Dit is het punt waar het in een aantal gevallen misgaat. Men houdt rekening met artikel 225 van de gemeentewet, maar vergeet de bepaling uit het 'Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen' die gemeenten in dat geval verplicht om 'een niet rekening gebonden chipkaart met landelijke dekking' aan te bieden. Meer info over deze kaart op de site van Currence

Voor de parkeerder die wel van deze verlichting op de hoogte is, betekent dat maar 1 ding: Gratis Parkeren! Bel voor de zekerheid voor het parkeren eerst naar de plaatselijke parkeerbeheerorganisatie met de vraag: "Waar kan ik in de buurt een niet-rekening gebonden chipkaart kopen?" Als het antwoord ontkennend is, dan zal bij een eventuele NHA een verwijzing naar het betreffende artikel uit het besluit gemeentelijke parkeerbelastingen voldoende zijn om uw gelijk te halen.

woensdag 21 september 2011

Regelgeving: PV vergoeding: geactualiseerd op 7 december 2011

De PV (Proces Verbaal) vergoeding is een vergoeding die gemeenten kunnen ontvangen van het Rijk voor PV's die zij zelf hebben uitgeschreven voor de meeste parkeerfeiten die onder de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften vallen en voor een aantal overlastfeiten in de openbare ruimte. De vergoeding bedraagt (bedragen op september 2011):
  • € 40,- per correct aangeleverd overlastfeit
  • € 25,- per correct aangeleverd parkeerfeit
In 2012 wordt besloten of de hoogte van de vergoedingen wordt gewijzigd. De bestaande vergoedingen blijven in ieder geval tot 1 januari 2011 gehandhaafd. Meer informatie over de actuele vergoedingen, de werking en de voorwaarden vindt u op de site van het CJIb. Klik hier voor de link

Deze PV Vergoeding maakt het voor gemeenten aantrekkelijker om andere vormen van parkeerregulering dan betaald parkeren in te voeren. Een maatregel als een blauwe zone levert nu ook enig geld op.

vrijdag 9 september 2011

Nader bekeken: jurisprudentie inzake het verwijderen van een fiets

In juli 2011 is een uitspraak van de rechtbank van Utrecht, met betrekking tot het al dan niet rechtmatig verwijderen van een fout geplaatste fiets uitgebreid in de media geweest wat nogal wat stof heeft doen oplaaien. De strekking van de berichtgeving was dat foutgeplaatste fietsen niet zomaar mogen worden verwijderd.

Als je de uitspraak (LJN: BR3500, Rechtbank Utrecht , SBR 10/1722) goed leest, dan kan het niet anders dat de berichtgeving wat kort door de bocht is. De gemeente hanteert voor het verwijderen van fietsen het beleid dat zij heeft gepubliceerd op haar website. De gemeente verwijdert:
  • fietsen die gevaarlijk gestald staan voor een nooduitgang, brandkraan, op een blinde geleide strook of direct aan of op de trambaan of rijweg (Rood label: fiets wordt na half uur verwijderd) 
  • fietsen die hinderlijk gestald staan in de looproute of voor een ingang. (Groen label: fiets wordt na 24 uur verwijderd).”
De discussie in deze zaak gaat niet zozeer of de fiets wel of niet gevaarlijk staat geparkeerd, maar of de fiets op basis van het gemeentelijke beleid al na 30 minuten verwijderd had mogen worden.  De rechtbank heeft geoordeeld dat dat niet het geval is. De omstandigheden waarbij een fiets binnen 30 minuten mag worden verwijderd, zijn in het gemeentelijke beleid limitatief vastgelegd. Hiervan was in dit geval geen sprake. Het verwijderen van de fiets had pas na 24 uur mogen gebeuren.

De reden dat de gemeente in het ongelijk is gesteld is dus niet zozeer dat een fiets niet mag worden verwijderd, maar dat de gemeente zich niet heeft gehouden aan haar eigen beleid.